Onregelmatige werkwoorden (lijst)

Hieronder volgt een lijst van de meest gebruikte onregelmatige werkwoorden. Deze werkwoorden zijn in het hele werkwoord, verleden tijd en voltooide tijd telkens verschillen. Er zit geen logica in. Dit is de reden dat ze onregelmatig heden.

De lijst bestaat uit 4 rijen.

  1. Het infinitief. Een duur woord voor het hele werkwoord. Als je het hele werkwoord los vertaald komt er nog “to” bij. Dit geldt niet in zinsverband. Bijvoorbeeld: Bijten in het engels is “to bite”, maar in een zin is het: They bite everyone (zij bijten iedereen)
  2. Verleden tijd. Iets wat eerder is gebeurd. Je kan hier elke persoonlijk voornaam woord voor zetten. Er verandert dan niks, bijvoorbeeld bijten: I bit, she bit, we bit. (Alleen het werkwoord to be is hier een uitzondering met I was, we were.)
  3. Voltooid deelwoord. De activiteit of handeling heeft al plaatsgevonden. Zij zijn gebeten. They were bitten.
  4. De vertaling in het Nederlands.

Hier komt het rijtje vandaan die er moet worden opgedreund: Bijten – to bite, bit, bitten. Als je dit leert; alle 104 werkwoorden, kan je dus 104 werkwoorden vervoegen.

Infinitief Verleden tijd Voltooid deelwoord Vertaling
Enkelvoud en Meervoud Enkelvoud en Meervoud Enkelvoud en Meervoud Enkelvoud en Meervoud
Beat Beat Beaten Slaan
Become Became Become Worden
Begin Began Begun Beginnen
Bend Bent Bent Buigen
Bet Bet Bet Wedden
Bite Bit Bitten Bijten
Bleed Bled Bled Bloeden
Blow Blew Blown Blazen
Break Broke Broken Breken
Bring Brought Brought Brengen
Build Built Built Bouwen
Burn Burned Burned Branden
Burst Burst Burst Barsten
Buy Bought Bought Kopen
Catch Caught Caught Vangen, halen
Choose Chose Chosen Kiezen
Come Came Come Komen
Cost Cost Cost Kosten
Creep Crept Crept Kruipen
Cut Cut Cut Snijden
Deal Dealt Dealt Delen
Dig Dug Dug Graven
Do Did Done Doen
Draw Drew Drawn Trekken,tekenen
Dream Dreamt Dreamt Dromen
Drink Drank Drunk Drinken
Drive Drove Driven Rijden, besturen
Eat Ate Eaten Eten
Fall Fell Fallen Vallen
Feed Fed Fed Voeden
Feel Felt Felt Voelen
Find Found Found Vinden
Fly Flew Flown Vliegen
Forget Forgot Forgotten Vergeten
Freeze Froze Frozen Vriezen
Get Got Got Bekomen,worden
Give Gave Given Geven
Go Went Gone Gaan
Grow Grew Grown Groeien
Hang Hung Hung Hangen
Have Had Had Hebben
Hear Heard Heard Horen
Hide Hid Hidden Verbergen
Hit Hit Hit Slaan
Hold Held Held Houden
Hurt Hurt Hurt Bezeren
Keep Kept Kept Houden
Kneel Knelt Knelt Knielen
Know Knew Known Kennen, weten
Lay Laid Laid Leggen
Lead Led Led Leiden
Learn Learnt Learnt Leren
Leave Left Left Laten, verlaten
Lend Lent Lent Lenen
Let Let Let Laten, huren
Lie Lay Lain Liggen
Light Lit Lit Aansteken
Lose Lost Lost Verliezen
Make Made Made Maken
Mean Meant Meant Menen
Meet Met Met Ontmoeten
Mistake Mistook Mistaken Zich vergissen
Mow Mowed Mown Maaien
Pay Paid Paid Betalen
Put Put Put Zetten
Read Read Read Lezen
Ride Rode Ridden Rijden
Ring Rang Rung Bellen
Rise Rose Risen Opstaan
Run Ran Run Lopen
Saw Sawed Sawn Zagen
Say said said Zeggen
See Saw Seen Zien
Seek Sought Sought Zoeken
Sell Sold Sold Verkopen
Send Sent Sent (Ver)sturen
Set Set Set Zetten, plaatsen
Shake Shook Shaken Schudden
Shine Shone Shone Schijnen
Shoot Shot Shot Schieten
Show Showed Shown Tonen
Shut Shut Shut Sluiten
Sing Sang Sung Zingen
Sink Sank Sunk Zinken
Sit Sat Sat Zitten
Sleep Slept Slept Slapen
Slide Slid Slid Glijden
Smell Smelt Smelt Ruiken
Speak Spoke Spoken Spreken
Spell Spelt Spelt Spellen
Spend Spent Spent Uitgeven
Spit Spat Spat Spuwen
Split Split Split Splitsen
Spoil Spilt Spoilt Verspillen
Spread Spread Spread Sprijden
Spring Sprang Sprung Springen
Stand Stood Stood Staan
Steal Stole Stolen Stelen
Stick Stuck Stuck Kleven
Stink Stank Stunk Stinken
Strike Struck Struck Slaan
Swear Swore Sworn Zweren
Sweep Swept Swept Vegen
Swim Swam Swum Zwemmen
Swing Swung Swung Schommelen
Take Took Taken Nemen
Teach Taught Taught Onderwijzen
Tear Tore Torn Scheuren
Tell Told Told Zeggen
Think Thought Thought Denken
Throw Threw Thrown Gooien
Understand Understood Understood Begrijpen
Undertake Undertook Undertaken Ondernemen
Wake Woke Woken Wekken
Wear Wore Worn Dragen
Weep Wept Wept Wenen
Win Won Won Winnen
Wind Wound Wound Opwinden
Write Wrote Written schrijven